bannerkvvHaelen

Bekijkt u de website op een mobiele apparaat? Veeg dan met uw vinger op het beeldscherm naar rechts voor het menu!
balk.fw

JEUGDPLAN RKVV HAELEN 2014

Het jeugdbeleidsplan

Hoe ziet het technisch voetbalbeleid van onze jeugdafdeling er uit?

Inhoud

Inleiding
1. Doelstellingen mini F-t/m A jeugd
2. Taken                   2A. De jeugdcommisie
                               2B. De jeugdcoördinator en trainingscoördinator
                               2C. De jeugdtrainer
                               2D. De jeugdleid(st)er

3. De nevenactiviteiten
4. Contacten ouders en verzorgers
5. Medische zorg en materialen
6. Overgangsbeleid jeugd- senoren
7. Jeugdtrainingen       7A. Uitgangspunten en eisen
                               7B. Trainingsjaarplan
8. TRAININGEN              8A. Trainingsvoorbereiding
                               8B. Trainingsopbouw
                               8C. Specifieke kenmerken van de leeftijdscategorieën

9. De leeftijdscategorieën mini F t/m A
10. Jeugdkeepers
11. Wedstrijden


Inleiding

Al enkele jaren lag er binnen de jeugdafdeling de wens om te gaan werken volgens een meer gestructureerd jeugdbeleid. De achterliggende gedachte is om te komen tot kwaliteitsverbetering van de jeugdspelers. Noodzaak is hierbij dat het handelen van ons jeugdkader nog beter is afgestemd volgens een bepaalde leidraad: Het jeugdplan.

We zijn van mening dat een zo goed mogelijk opleiden van de spelers een doelstelling is die een langere periode bestrijkt. Concreet gezegd van Minipupil - t/m A-speler.
Hiervoor is dus een meerjarenplan nodig, waarbij gefaseerd, van seizoen tot seizoen, verschillende vaardigheden en eigenschappen worden aangeleerd.
De rol van de trainer en leider is groot. Zij bepalen samen met de jeugd- en trainingscoördinator wat en in welke mate de speler leert. Het is daarom van groot belang dat het jeugdplan gedragen wordt door alle jeugdkaderleden. Zij dienen dit plan en met name het technisch gedeelte te zien als een leidraad voor de jeugdopleiding.

De jeugdafdeling is van mening dat bij de uitvoering van dit plan de jeugdleider ondersteund moet worden door deskundige personen: de jeugdcoördinator en trainingscoördinator.

Dit jeugdplan moet gezien worden als een resultaat van in de loop van de jaren ontwikkelde opvattingen over jeugdvoetbal in Haelen.
Dit jeugdplan heeft niet als doel een zo volledig mogelijk handboek over de opleiding van jeugdvoetballers te zijn. Nee, het is toegespitst op onze Haelense situatie en dient vanuit deze stelling gehanteerd en geïnterpreteerd te worden.

Voor wie is dit jeugdplan geschreven:
a. Zoals reeds aangegeven: voor de eigen jeugdkaderleden, die de uitvoerders zijn van het beleid.
b. Ter informatie voor de bestuursleden van de vereniging, die achter het jeugdbeleid staan.
c. Alle andere geïnteresseerden zoals ouders, leden van de vereniging, jeugdbestuursleden van andere verenigingen, KNVB-functionarissen.

Tot slot spreken we de hoop uit dat de doelstellingen, die ons bij het opstellen van dit jeugdplan voor ogen staan, op langere termijn zullen worden gehaald. Voorwaarde is dat alle betrokkenen volledig achter het beleid staan en ook in staan zijn om dit uit te voeren.
We hebben er vertrouwen in.

De jeugdcommissie en Technische Commissie Voetbal jeugd en senioren

1.Doelstelingen Mini F t/m A jeugd

1. Jeugdleden op prestatieve en recreatieve wijze de voetbalsport laten beoefenen
2. Een bijdrage leveren aan de technische en tactische voetbalontwikkeling van ieder individueel jeugdlid
3. De bevordering van de individuele en sociale ontwikkeling
4. Het opleiden van jeugdspelers voor een zo hoog mogelijk seniorenelftal
5. Het aanbieden van nevenactiviteiten

ad 1: Het laten beoefenen van de voetbalsport

1. Het deelnemen aan trainingen (voor E en F: 1 x per week; voor D,C,B,A: 2x per week)
2. Het spelen van beker- en vriendschappelijke wedstrijden
3. Deelname aan wedstrijden in competitieverband (7- en 11-voetbal)
4. Deelname aan toernooien (waaronder 4:4)
5. Dit alles moet plaatsvinden onder goede voorwaarden

ad 2: Bijdrage leveren aan de voetbalontwikkeling van de individuele voetballer

1. Gerichte trainingen , aangepast aan de groep en het individu (leeftijd en kwaliteit)
2. De kwaliteit van de trainingen, opleidingen en wedstrijden zorgen voor een optimale beleving
3. Leerelement inbrengen bij wedstrijden door middel van coachen op technisch en tactisch en mentaal vlak
4. Medewerking verlenen aan regioselecties en overgang van spelers naar BVO’s

ad 3: Het bevorderen van persoonsontwikkeling

In sociaal opzicht houdt dit in:

  • Saamhorigheidsgevoel ontwikkelen
  • Acceptatie van anderen
  • Verantwoordelijkheid voor elkaar
  • Hulpvaardigheid
  • Afspraken maken en hanteren
  • Aanleren van sociale communicatievaardigheden
  • Sportiviteit

Individueel gezien komt het neer op:

  • Zelfredzaamheid
  • Zelfverantwoording
  • Eigen initiatief
  • Omgang met afspraken
  • Discipline
  • Mentaliteitsvorming

Bij de jeugd kunnen we globaal de volgende doelstellingen aangeven:

schema

ad 4: Het opleiden van jeugdspelers voor een zo hoog mogelijk seniorenelftal

In de jeugdafdeling zijn we bezig met de scholing van jonge voetballers. Aan de diverse facetten van het voetbal wordt al vanaf de jongste leeftijd aandacht besteed. Iedere speler moet na zijn juniorenjaren kunnen doorgroeien tot het voor hem hoogst mogelijk haalbare niveau op seniorenniveau.

ad 5: Het aanbieden van nevenactiviteiten

Naast de wedstrijden en trainingen, bieden we activiteiten aan, waarbij de jeugdleden op een vaak minder prestatieve wijze met elkaar in contact zijn.
Doel is dat men in groepsverband bezig is en waarbij prestaties niet direct op de eerste plaats komen, maar die wel bijdragen tot een betere teamgeest. Tevens krijgt men zo een verbondenheid met de vereniging. De jeugdafdeling benadrukt dat het prestatieve aspect niet pertinent zwaarder mag wegen dan het recreatieve.Ook de minder getalenteerden moeten met plezier met hun sport bezig kunnen zijn. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk aandacht mag zijn voor resultaten in de sport. Met name bij de oudere jeugd mag meer op de drang tot prestaties worden ingespeeld. Bij de jongeren dient dit juist afgezwakt te worden.

2 Taken

2a De jeugdcommissie

De jeugdcommissie staat aan het hoofd van de jeugdafdeling en is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het jeugdbeleid. Verder zijn er ook nog commissieleden. De jeugdcommissie tracht binnen de jeugdafdeling een zodanige sfeer te scheppen, dat haar doelstellingen naar wens worden uitgevoerd. Voorwaarde is een groot eenheidsgevoel. Leidraad bij dit alles is het jeugdplan.

Concreter gesteld draagt het bestuur zorg voor:

  • Opstellen jeugdplan en het bijsturen ervan
  • Aanstellen en toezien op de verrichtingen van de jeugdcoördinator en trainingscoördinator in samenwerking met het verenigingsbestuur en bestuurslid voetbaltechnische zaken
  • Werving jeugdkader
  • Vorming en begeleiding van de jeugdleid(st)ers
  • Hulp bij conflicten (ouders, spelers, leiding)
  • Beleidsmatige aspecten
    • Planning (toernooien, wedstrijden, vergaderingen, kamp e.d.)
    • Beheer ledenbestand en spelersindeling
    • Controle op en beheer over commissies
    • Contacten met verenigingsbestuur
    • Zorgen voor communicatie binnen het kader dmv vergaderingen, gesprekken, nevenactiviteiten
    • Naar buiten toe treden namens de jeugdafdeling
    • Coördineren wedstrijd-, trainings- en nevenactiviteiten
    • Beheer jeugdleiderskas
    • Last but not least: zorgen voor een prettige sfeer binnen de jeugdafdeling

De jeugdcommissie kent de volgende functies:

1. Voorzitter
2. Secretaris
3. Wedstrijdsecretaris
4. Coördinator jeugdzaken en seniorenzaken
5. Coördinator voetbaltechnische zaken
6. Coördinator eigen toernooi
7. Coördinator PR en nevenactiviteiten

Taakomschrijving:

ad 1. Voorzitter

  • verantwoordelijk voor het jeugdbeleid
  • leiding geven aan de jeugdcommissie
  • contactpersoon naar ouders, verenigingsbestuur
  • leiden van de jeugdleidersvergadering en jeugdcommissievergaderingen
  • het naar buiten toe vertegenwoordigen van de jeugdafdeling

ad 2. Secretaris

  • het verwerken van de ingekomen mail en poststukken
  • het mede samenstellen van de agenda
  • notuleren tijdens vergaderingen
  • samenstellen jaarverslagen
  • bijhouden jeugdledenbestand
  • bijhouden archief

ad 3. Wedstrijdsecretaris

  • verantwoordelijk inzake wedstrijden
  • het maken van competitieprogramma’s van alle teams
  • plannen en afhandelen van vriendschappelijke wedstrijden, inhaalwedstrijden en toernooien elders
  • actie ondernemen bij afgelastingen (Nieuwstadt, tegenstanders, website)
  • coördinatie en assisteren bij Digitaal Wedstrijd Formulier
  • verzorgen ruilformulieren en publicaties aan raam jeugdhonk
  • contact met consul en terreinverzorger
  • bekendmaken van programma en uitslagen van de jeugdwedstrijden
  • verzamelen en verwerken van informatie voor publicaties in plaatselijke en regionale media, website
  • contacten met verenigings-PR-man

ad 4. Coördinator jeugdzaken en seniorenzaken

  • neemt namens de jeugd zitting in het verenigingsbestuur
  • communicatie jeugdcommissie en verenigingsbestuur
  • belangen behartiging jeugdzaken

ad 5. Coördinator voetbaltechnische zaken

  • geeft leiding aan de commissie voetbaltechnische zaken jeugd
  • eerste contactpersoon met commissie voetbaltechnische zaken senioren
  • coördinatie voetbaltechnische kwesties met categoriecoördinatoren en jeugdtrainers
  • coördinatie bij samenstelling nieuwe jeugdteams
  • overgangsbeleid jeugd-senioren
  • coördinatie van het spelervolgsuysteem
  • het volgen van de ontwikkelingen op voetbalgebied

ad 6. Coördinator eigen toernooi

  • hoofd toernooicommissie
  • planning toernooidata
  • verspreiding en ontvangen toernooiuitnodigingen
  • opzetten wedstrijdenschema
  • opstellen draaiboek

ad 7. Coördinator PR en nevenactiviteiten

  • verzorgen van alle publicaties op de website en andere media
  • (mede)beheerder website
  • verspreiden e-mails binnen de jeugdafdeling
  • volgen van ontwikkelingen mbt winterprogramma, zomerkamp
  • maakt deel uit namens de jeugdafdeling van de activiteitencommissie van de vereniging
  • contacten met verenigings-PR-man

Los hiervan is er nog en materialencommissie die verantwoording draagt over aanschaf, controle en onderhoud van alle materialen zoals sleutels, shirts, waterzakken en jacks.

2b Jeugdcoördinator en Trainerscoördinator

Tot dit takenprofiel behoren 3 onderwerpen:

  1. Ondersteuning geven aan het vrijwillig technisch jeugdkader / jeugdleiders (zowel theoretisch als praktisch), voorbeeldtrainingen geven en wedstrijden analyseren.
  2. Ondersteuning geven aan het vrijwillig bestuurlijk kader op basis van het jeugdplan
  3. Overleg voeren :
    1. voortdurend tussen JC en TC
    2. 3x per seizoen met alle jeugdtrainers/jeugdleid(st)ers
    3. 3x per seizoen met de keeperstrainer(s)
    4. 2-3x per seizoen met de seniorentrainer
    5. met jeugdbestuur en bestuurslid voetbaltechnische zaken

ad 1. praktisch

  • Prioriteit leggen bij die jeugdtrainer of dat team, welke die ondersteuning het meeste nodig heeft en daarna andere helpen
  • Gedurende het seizoen de hele jeugdafdeling observeren wat betreft trainers, trainingen en wedstrijden en waar nodig helpen
  • Kijken naar de vordering(en) van speler(s) en team(s)
  • Kijken of de trainingsonderdelen van het jeugdplan worden uitgevoerd en daar waar nodig deze theoretisch aanpassen
  • Voor en tijdens het seizoen jeugdtrainers en –leid(st)ers ondersteunen met het technisch gedeelte van het jeugdplan
  • Ondersteuning bij theorie avond(en) aan teams gegeven door de jeugdtrainers
  • Zorgt voor theoretische onderbouwing van het jeugdplan d.m.v. oefenstofkeuze
  • Onderhoudt het jeugdplan, past waar nodig oefenstofpakket en oefeningen aan

ad 2. Adviseren aan de hand van de opgedane ervaringen bij de indeling van jeugdtrainers, jeugdleid(st)ers en jeugdspelers van de diverse teams

2c De jeugdtrainer

  • liefst in het bezit van een leiders/trainersdiploma
  • beschikt over technische en tactische voetbalkennis en kan deze overbrengen op jeugdteams
  • is in het bezit van opvoedkundige kennis, benodigd voor de leeftijdsgroep die hij traint/begeleidt
  • neemt deel aan jeugdleidervergaderingen
  • tracht zich, indien mogelijk, bij te scholen middels een cursus
  • tracht in goede verstandhouding samen te werken met ouders/verzorgers
  • draagt zorg voor materialen, beheer accommodatie tijdens de door hem geleide activiteit
  • tracht de doelstellingen van de jeugdafdeling te verwezenlijken
  • heeft periodiek overleg met jeugd- en trainingscoördinator

2d De Jeugdleider

  • beschikt over de nodige opvoedkundige kennis om verantwoord met jeugd om te gaan
  • traint en/of begeleidt het team bij wedstrijden en is hierbij de verantwoordelijke persoon
  • beschikt over technische en tactische voetbalkennis
  • tracht de doelstellingen van de jeugdafdeling te verwezenlijken
  • helpt mee bij de organisatie en uitvoering van de nevenactiviteiten
  • tracht indien mogelijk zich bij te scholen middels een cursus
  • fungeert desgewenst als wedstrijdleider
  • draagt zorg voor materialen, afhandeling wedstrijdformulier, beheer accommodatie tijdens de door hem geleide activiteit.
  1. Aandachtspunten voor jeugdtrainers en jeugdleid(st)ers:In het jeugdvoetbal mag het wedstrijdresultaat nooit op de eerste plaats staan. Je bent bezig met het opleiden van spelers. Verlang prestaties, maar eis geen resultaat!
  2. Jeugdspelers moeten zo hoog mogelijk spelen, ook al gaat dit ten koste van teamresultaten
  3. Geef je speler speelmogelijkheden op verschillende plaatsen in het team
  4. Plaats de beste spelers in principe in een aanvallende rol. Daar leren ze eerder hun creativiteit te ontwikkelen in een kleine ruimte en onder grotere weerstand. Van aanvallende spelers kun je bovendien altijd verdedigers maken op een latere leeftijd. Andersom is moeilijker
  5. Zorg dat je naar spelers en ouders alles precies bijhoudt: wedstrijdgegevens, trainingsopkomst,reserves, shirts wassen, vervoer e.d
  6. Bereid je trainingen goed voor. Ga uit van de wedstrijd en van de individuele kwaliteiten van de spelers. Door achteraf een evaluatie bij te houden kun je in een later stadium gebruik maken van ervaringen en oplossingen uit het verleden
  7. Maak afspraken over:
    1. wedstrijdvoorbereiding
    2. warming-up
    3. afmelden
    4. studie in relatie met voetballen
    5. blessurebehandelingen
  8. Gevarieerde trainingen zijn per definitie niet de beste trainingen. Herhaling is belangrijk
  9. Straal enthousiasme uit
  10. Geef iedere speler zo mogelijk evenveel speeltijd

Taakverdeling trainers en leid(st)ers

Ieder team kent in principe een trainer, die de trainingen verzorgt, de lijnen uitzet, de coaching doet voor tijdens en na de wedstrijd etc. Dit doet hij in overleg met zijn leider. De leiders verrichten de scheidsrechter- en grensrechtertaken, verzorgen het wedstrijdformulier, het materiaal en ontvangen de tegenpartij, kortom alle bijkomende zaken buiten het technische gedeelte om.
De trainer en leider dragen zorg voor een gezonde teamgeest . Een team kan pas goed functioneren als er een sfeer heerst van discipline, een gezamenlijke wil om te winnen aanwezig is en men bereid is om met elkaar buiten en in het veld te helpen, te stimuleren en corrigeren.

3.De nevenactiviteiten

Winterprogramma

  • opgezet door winterprogrammacommissie
  • met name deelname aan zaalvoetbaltoernooien
  • zaaltrainingen in Haelen, Nunhem, Buggenum, Baexem
  • leuke teamactiviteiten op initiatief van de leiders

Zomerkamp

  • voorbereid door commissie zomerkamp
  • jeugdkader werkt de onderdelen uit
  • op vreemde of eigen locatie
  • met eigen bijdrage deelnemers (leiders, E –t/m B jeugd)

Herman Waeijen toernooi

  • locatie sportpark Houtrust
  • organisatie in handen van toernooicommissie
  • jeugdleiders voeren plan uit

4. Contacten ouders

De jeugdafdeling hecht veel waarde aan een goed contact met de ouders/verzorgers van onze jeugdleden. Dit maakt de samenwerking prettiger en vergemakkelijkt de dialoog. Voor aanvang van het seizoen wordt via de website informatie verstrekt over:

  • indeling in welk team
  • trainingstijden
  • leider
  • wedstrijdenprogramma
  • clubinfo

Ieder jaar vindt er bij aanvang van het seizoen een info-uurtje plaats voor de ouders van de nieuwe leden.
Van de ouders wordt verwacht dat ze:

  1. de leiding op de hoogte stellen van bijzonderheden van het kind
  2. erop toezien dat hun kind tijdig aanwezig is bij de activiteit
  3. het kind aanmoedigen tot deelname aan wedstrijden en trainingen alsook aan de diverse nevenactiviteiten
  4. zorgdragen voor de juiste kleding en schoeisel bij wedstrijden en trainingen
  5. medewerking verlenen aan vervoer naar uitwedstrijden
  6. voldoen aan de contributieverplichtingen
  7. belangstelling tonen voor de bezigheden van hun kind

Vervoersregeling

Sinds jaren rekenen we bij het vervoer bij uitwedstrijden op de hulp van ouders
Dit gebeurt in de vorm van een roulatiesysteem. Gezien de grote belangstelling geldt deze regeling niet voor ouders van de Mini en F-jeugd.
De regeling is als volgt:

In het seizoen worden alle ouders geacht een of enkele rijbeurten op zich te nemen. Uitgaande van 6 à 7 uitwedstrijden en toernooien komt dit neer op 1 of maximaal 2 keer rijden per seizoenshelft. Zo maken vele handen licht werk.
De betreffende datum(s) kan men vinden op het wedstrijdenprogramma, dat de zoon/dochter aan het begin van de competitie van de leider ontvangt.
Wanneer men niet in staat is te rijden, worden de ouders verzocht om niet de leider met het probleem op te zadelen, maar zelf voor vervanging te zorgen door bijvoorbeeld te ruilen met een andere ouder (op de lijst) of hulp in te roepen van familie, buren of kennissen.
Bij afgelasting en / of verschuiving van wedstrijddag dienen dezelfde ouders op de nieuw vast te stellen datum te rijden. De leider bericht hen hier tijdig over.
Tussentijdse (vriendschappelijke) wedstrijden en / of toernooien kunnen vooraf niet ingepland worden in het wedstrijdschema. Het kan dus best zijn dat een ouder nog eens gevraagd wordt. Uiteraard tracht de leid(st)er de beurten zo gelijk mogelijk te verdelen.
Tot slot zijn we van mening dat het bij regioselectiewedstrijden de taak is van ouders om hun zoon / dochter naar de desbetreffende plaats te vervoeren.

5. Medische zorg en materialenzorg

Medische zaken
De jeugdleider tracht in zijn trainingsaanbod op een verantwoorde wijze bezig te zijn met de sportbeoefening van de jeugdspeler. Hij dient rekening te houden met de fysieke en mentale gesteldheid van de spelers. Voor zijn trainingen moet hij oefenstof samenstellen, die geschikt is voor de desbetreffende leeftijdscategorie.
Hij moet rekening houden met:

  • fysieke en mentale belastbaarheid
  • uithoudingsvermogen
  • coördinatie, techniek, motoriek
  • concentratie

Hij ziet verder toe op het hygiënisch gedrag van de spelers (douchen,kleding)
Bij een blessure kan een A- en B-jeugdspeler zich na samenspraak met zijn leider onder behandeling stellen van de medische verzorger van de vereniging. De overige jeugdspelers dienen contact op te nemen met hun huisarts of fysiotherapeut.

Materialencommissie

De vereniging draagt er zorg voor dat de accommodatie op gestelde tijden beschikbaar is voor trainingen, wedstrijden en andere activiteiten.
De materialencommissie draagt zorg voor het beheer van de voetbalmaterialen van de jeugdafdeling:

  • het regelmatig controleren van shirts, ballen, tassen, waterzakken e.d.
  • het herstellen van shirts, tassen, hesjes
  • het aanschaffen van ontbrekende materialen
  • het registreren en verdelen van materialen aan de teamleiders
  • het verzamelen en opslaan van shirts, waterzakken e.d

De jeugdleider draagt zorg voor het schoon achterlaten van de accommodatie na een activiteit.
Iedere leider is in het bezit van sleutels, die toegang verschaffen tot de accommodatie, de bestuurskamer en het ballenrek.

6.Overgangsbeleid jeugd-senioren

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

Het doel is het realiseren van een begeleid overgangsbeleid, waarbij het belang van de speler voorop staat. Verenigingsbelangen kunnen aanleiding zijn voor een andere invulling. In zo’n specifiek geval is open overleg tussen trainers en besturen belangrijk, waarbij eenieder oog moet hebben voor de “uitzondering” en waarbij men elkaar moet vertrouwen op het gebied van “welk doel streef ik na en zijn de consequenties verantwoord”.

Jeugdspelers, die over (moeten) gaan naar de seniorenafdeling, moeten zo goed mogelijk voorbereid worden, zodat ze in de seniorenafdeling ook optimaal kunnen functioneren en voor vele jaren behouden blijven voor de vereniging.
Zowel degenen die, qua leeftijd, over moeten naar de senioren en “rijp” zijn voor de selectiegroep als “de mindere goden” zullen hierbij betrokken moeten worden.

Deze recreatief gerichte spelers zijn ook zeer belangrijk voor de club en er moet zeker aandacht aan deze spelers besteed worden. Er moet worden voorkomen dat deze spelers voor de voetbalsport verloren gaan. Daarom moet er iemand van Technische Commissie Senioren en Technische Commissie Jeugd tijdig (uiterlijk april) met deze spelers tot een gesprek komen.

Ook zullen er spelers zijn, die nog langer jeugdgerechtigd zijn, maar die eventueel wel al kunnen meedoen met de oudste jeugdspelers als het gaat om de voorbereiding op en de inpassing in de seniorenafdeling.

Of spelers die overgaan naar de seniorenafdeling daar ook slagen hangt van meer factoren af dan alleen van de leeftijd.

  • De jeugdafdeling vormt spelers in een vrij beschermde omgeving. Spelers hebben eigenlijk alleen “concurrentie” van leeftijdsgenoten binnen de marge van 2 kalenderjaren. Ze vertoeven dus altijd bij leeftijdsgenoten. Binnen de seniorenafdeling verandert dat plotseling. Ze komen bij spelers met andere interesses, bij spelers die al onderlinge groepjes hebben gevormd, bij spelers die aan het afbouwen zijn, bij spelers die willen knokken om nog hogerop te komen. De jeugdafdeling heeft een grote verantwoordelijkheid om de jeugdigen daarop voor te bereiden.
  • De voetbalcapaciteiten, maar ook het karakter van de jonge speler zijn eveneens belangrijke factoren voor het slagen. Is een speler in staat om met nederlagen om te gaan. (hierbij wordt niet het verliezen van een wedstrijd bedoeld). Is een speler in staat tot een goede communicatie? Is een speler zich bewust van rechten, maar zeker ook van plichten? Kan een speler zich aanpassen in een groep zonder toch zijn eigen identiteit te verliezen?
  • Net zo belangrijk is de opvang binnen de senioren afdeling. Ook daar moeten medespelers, trainers, begeleiders en bestuursleden zich realiseren dat er een gewenningstijd nodig is en dat persoonlijke en positieve contacten met deze jonge spelers nodig zijn.

Het rekening houden met al deze aspecten kan niet vastgelegd worden in een protocol dat alles tot in detail regelt en waarbinnen geen eigen interpretatie- en beslissingsruimte mogelijk is. Er zal sprake moeten zijn van een onderling vertrouwen in het persoonlijke vakmanschap van trainers en de zorg die iedereen zal hebben om spelers zo goed mogelijk tot ontwikkeling te laten komen.

DOELSTELLING

Het uitgangspunt bij het meespelen van A-spelers bij senioren dient op de eerste plaats te zijn dat de A-spelers kunnen proeven aan de sfeer en het niveau van seniorenvoetbal.
Meespelen in seniorenteams dient tevens een beloning te zijn voor goed presteren in het A-team. Het uithelpen van het seniorenteam met spelertekort is in principe geen reden van inzetten van A-spelers. Senioren dienen eerst zelf binnen selectie en anders bij de andere seniorenteams hun spelerstekorten aan te vullen. Vroegtijdige communicatie hierover tussen de selectietrainer en elftalleiders is van groot belang. Men mag er niet te snel van uitgaan dat de helpende hand door de gemotiveerde A-spelers geboden gaat worden.
Mocht het na intensief proberen niet lukken dan kan in noodgevallen een beroep op A-spelers worden gedaan. Dit geschiedt door de verantwoordelijke selectietrainer, die contact opneemt met de A-trainer.

ALGEMENE REGELS VOOR HET INZETTEN VAN A-SPELERS

1e helft jeugdcompetitie:
In principe geen inzet van A-spelers in een selectie-elftal of lager team.

Uitzonderingen zijn tweedejaars A-spelers of spelers welke de RUNNER-UP-STATUS verworven hebben, als:

  • Het A-team op de dag ervoor geen wedstrijd speelt
  • Het A-team de dag ervoor een vriendschappelijke wedstrijd speelt
  • Er bij de senioren alles aan is gedaan om het tekort aan te vullen met senioren spelers (zie boven)

2e helft competitie:
Incidentele inzet van alle A-spelers, die qua capaciteiten en/of leeftijd in aanmerking komen voor overgang naar senioren.

  • A-spelers die wat betreft leeftijd over moeten, komen het eerst in aanmerking
  • Spelers gaan in principe volgens een roulatieschema met seniorenteams mee
  • De RUNNER-UP spelers draaien in dit schema mee
  • Voorkomen moet worden dat het voortdurend dezelfde spelers betreft
  • Voor zover mogelijk komt de speler op een voor hem bekende veldpositie te spelen
  • De A-speler dient in Haelen 1 of Haelen 2 ervaring op te doen, dus in principe niet in een lager seniorenteam
  • De minder begaafden moeten echter ook een kans krijgen om te “proeven” in een lager elftal.
  • A-spelers moeten door A- en selectietrainer gestimuleerd worden, maar zijn niet verplicht tot meespelen op zondag bij de senioren. Andere verplichtingen (studie,werk e.d.) kunnen hier een rol bij spelen.

Jeugdspelers worden in seniorenteams los van de personele behoefte ingezet. Indien het team compleet is zullen seniorenspelers moeten wisselen voor het opdoen van ervaring door jeugdspelers.
Uitgangspunt is inzet gedurende een gedeelte van de wedstrijd. Er moet alle moeite gedaan worden om te voorkomen dat een speler een hele wedstrijd speelt of dat hij een hele wedstrijd op de bank zit.
Deelnemen aan selectietrainingen in de 2e seizoenshelft is een goede gewenning voor A-spelers. Nagestreefd moet worden, dat spelers bij toerbeurt op seniorentrainingen uitgenodigd worden. De spelers nemen aan maximaal 2 trainingen per week deel. Trainen bij de selectie betekent het overslaan van een training bij het A-team.
Een extra mogelijkheid voor de overstap naar de senioren kan zijn het spelen van wedstrijden onder de 23 jaar.

BEVOEGDHEDEN

De beslissing over welke A-speler ingezet wordt bij de senioren ligt ten alle tijde bij de A-trainer. Hij kent de spelers het beste en is precies op de hoogte van blessure, vorm, individuele wensen enz.
Hij beslist dit pas nà de gespeelde wedstrijd op zaterdag.
Alle communicatie m.b.t. verzoeken om één of meer A-spelers bij noodsituaties èn bij inbreng van A-spelers volgens het reguliere plan, dienen enkel en alleen te gebeuren tussen de hoofdverantwoordelijke binnen de seniorenselectie, de selectietrainer, (bij lagere teams de leider van het betreffende team) en die van de A-selectie, de A-trainer, dus zonder tussenpersoon.

RUNNER-UP

Een talentvolle speler, welke echter nog niet de overgangsleeftijd heeft bereikt, kan onder voorwaarden in het gangbare overgangssysteem ingepast worden. Hem zal hiervoor de RUNNER-UP status toegekend moeten worden.
De RUNNER-UP status wordt door A-trainer en de Technische Commissie Jeugd gezamenlijk aan een speler toegekend. Verzoeken hiertoe kunnen zowel door jeugd- als seniorenkader ingediend worden. Voordat een beslissing wordt genomen vindt er overleg plaats met de ouders en wordt aan de ouders nadrukkelijk om toestemming gevraagd. De beslissing wordt mondeling gemotiveerd en aan speler, ouders en aanvrager.

Selectiecriteria zijn:

  • technische/tactische vaardigheden op bovengemiddeld niveau
  • mentale ontwikkeling wordt ingeschat op niveau 18-jarige
  • uitstekende inzet en gedrevenheid
  • betrokken speler moet de status zelf ook aanvaarden en op de hoogte zijn van de verhoogde prestatiedruk

Deze status moet gezien worden als een beloning en kan door A-trainer en Technische Commissie gezamenlijk bij nalaten van bovenstaande vaardigheden in de A-jeugd weer ingetrokken worden. Mondelinge motivatie naar speler en ouders is hiervoor vereist.

CONTACTEN

TC jeugd- TC senioren

De basis voor een goed uitgevoerd overgangsbeleid ligt bij de Technische Commissie Jeugd en bij de Technische Commissie Senioren. Zij werken onderling samen om de gemeenschappelijke doelen te bereiken. Ze houden nauw contact met de selectietrainer en de A-trainer.
De bijeenkomsten tussen de commissies worden structureel ingepland in een jaarschema.
Ca 2 maanden na de start van de competitie is er tussen TC Jeugd en TC Senioren een bijeenkomst met als doel om de start van de nieuwe seniorspelers te evalueren.

selectietrainer – A-trainer

Ze zijn de eerst verantwoordelijken voor de uitvoer van het plan Ze bepalen in onderling overleg de momenten van inbreng, keuze van spelers en andere afspraken. In principe is de selectietrainer bepalend of de inzet van de speler in het eerste of tweede team geschiedt. Het bezoeken van A-wedstrijden kan de selectietrainer helpen een beter beeld te vormen van de speler en handelswijzen van de A-trainer.

Selectietrainer - A-speler

De selectietrainer evalueert direct na de wedstrijd met de A-speler de invalbeurt. Van de trainer wordt verwacht dat hij aan de speler uitlegt waarom hij zolang gespeeld heeft, de keuze van de veldpositie, zijn bevindingen over zijn spelwijze enz. Dit dient opbouwend te gebeuren, omdat het nog een leerproces is voor de speler. Van het team dient een positieve stimulans uit te gaan naar de speler, voor, tijdens en na de wedstrijd.

Selectietrainer - A-team

De selectietrainer verzorgt 1 à 2 keer in de 2e helft van het seizoen een training aan het A-team. Zo kan de groep zich een beter beeld vormen van zijn aanpak en leert op zijn beurt de selectietrainer de spelers beter kennen. De selectietrainer bezoekt daarom ook enkele wedstrijden van het A-team.

7.Jeugdtrainingen

Het doel van jeugdtraining is het aanbieden van aan leeftijd aangepaste leerstof, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de jeugdspeler uit een bepaalde leeftijdscategorie, om zo de voetbalcapaciteiten optimaal te ontwikkelen en spelvreugde te creëren.
Voorwaarde voor een goede training:

  1. zorg dat de training aangepast is aan de spelersgroep. Te hoge of te lage eisen leiden tot demotivatie en frustratie van spelers en trainers
  2. zorg dat de bedoeling van de training duidelijk is bij de spelers
  3. zorg dat de betrokkenheid met het spel overslaat op de spelers. Dan is het rendement het grootst
  4. er zijn veel elementen, die in het voetbalspel naar voren komen en afzonderlijk of gecombineerd getraind kan worden. Voorwaarde is wel dat het de jeugdspeler boeit: met de bal werken, met (doel)punten werken; niet te moeilijk (geen plezier) en niet te gemakkelijk (verveling). Vooral deze laatste twee zijn niet altijd even gemakkelijk, omdat de groep uit verschillende niveau’s bestaat. Schep dan ruimte voor de beteren of zwakkeren om voor hun gevoel goed bezig te zijn

Algemeen

Bij nadere invulling van de training dient rekening gehouden te worden met:

  • leeftijdsfase
  • individuele dan wel groepsmogelijkheden van de spelers
  • groepssamenstelling
  • leeftijdsspecifieke kenmerken
  • doelen gericht op motivatie, kennis en sociale aspecten
  • technisch niveau
  • mogelijkheden accommodatie

Uitgangspunt moet zijn dat een goede voorbereiding meer is dan het halve werk. De training moet zodanig zijn samengesteld dat blessures zoveel mogelijk worden voorkomen. Wensen van spelers moeten niet uit het oog verloren worden. Ook rekening houden met factoren van buitenaf zoals:

  • weer
  • voetbalvisie binnen de vereniging
  • ziektes
  • spanningen (ook in privé-sfeer)
  • school

Het beheersen van het trainingsproces, en dat is juist de basis van eventuele successen, ligt in de juiste sturing van de training, hetgeen enkele gerealiseerd kan worden wanneer men steeds de toestand en de mogelijkheden van het organisme van de spelers onderkent.
Het speelse effect dat voetbal zo boeit moet natuurlijk bij een training van grote invloed zijn

Factoren die de trainingsbelasting bepalen(=training zelf)

  1. intensiteit (loopsnelheid)
  2. omvang (totaal van de trainingsbelasting)
  3. duur (tempoloop / oefeningen)
  4. verhouding arbeid-rust (aantal herhalingen en de duur van de pauzes)

Niet alleen de doelstellingen moeten bekend zijn bij het sturen van een trainingsproces.

Veel belangrijker is:

  • goede diagnoses maken van de beginsituatie aan de hand waarvan een trainingsplan wordt opgesteld
  • het controleren van de effecten van de gekozen trainingsmethoden en trainingsmiddelen, zodat op tijd bijgestuurd kan worden.

Conditie

De lichamelijke toestand of het lichamelijk prestatievermogen van spelers, het “alzijdigheidsprincipe” (zie verderop).

Techniektraining (balvaardigheid)

Door techniektraining wordt getracht de spelers zijn bewegingen tijdens het spel en zijn handelswijze met de bal zo doelmatig en economisch mogelijk te laten uitvoeren. Op die manier kunnen moeilijke spelsituaties worden opgelost. Het zelf zoeken naar oplossingen moet gestimuleerd worden. De spelers moeten geholpen worden bij het eigen maken van de kern van de bewegingen. Een en ander krijgt men door allerlei spelsituaties te scheppen en variaties toe te passen met groepjes van 3 tegen 4, of 4 tegen 5. Maar ook door kappen en draaien met de bal, schieten vanuit allerlei standen, koppen, toepassen van slidings, het juist passen op korte en lange afstanden, combineren e.d.

Van belang is daarbij een goede technische opbouw van Mini F naar A, die als volgt kan worden aangegeven .

tecnische opbouw

Taktiek

Het juist omgaan met krachten, het “sturen”van de wedstrijd. Gedrag wordt afgestemd op het prestatievermogen van het team zelf en van de tegenstander. Bovendien wordt rekening gehouden met uiterlijke omstandigheden (uit of thuis, weer etc.)
De mentale begeleiding en de tactische opbouw kan als volgt worden weergegeven.

tactische begeleiding


7a Uitgangspunten en eisen

De training voor Mini-, F-, E-, D- pupillen (jongens en meisjes)

De training voor Mini’s, F-, E-, D- pupillen staat in het teken van de balgewenning en wedstrijdgewenning. Voor de allerkleinsten is de bal de grootste weerstand. Pas als een speler de bal redelijk beheerst, komen de volgende weerstanden, namelijk medespeler en tegenstander aan de orde. De training moet dus deze zaken bevatten.

Voor Mini-, F- pupillen en eerstejaars E dient men te letten op heel veel vormen met de bal en vooral veel te laten bewegen. Deze groep leert vooral door kijken en doen, niet door luisteren. Dit betekent veel spelvormen waarin de pupillen spelenderwijs de technieken onder de knie krijgen. Het passen en trappen zijn de belangrijkste technieken voor deze leeftijd. Dit moet niet geoefend worden in strak voorgeschreven oefenvormen, maar juist in opdracht- en spelvormen, zodat de speler zijn fantasie en creativiteit kan ontwikkelen. De trainingsvorm moet de beleving van de speler raken. Pas dan is er sprake van optimale beleving, een voorwaarde voor elke training.

Bij tweedejaars E en D- pupillen is er in het algemeen voldoende balbeheersing om in de training de weerstanden medespeler en tegenstander nadrukkelijk in te passen. In deze leeftijdscategorie moet duidelijk worden dat het samenspelen de basis is van het voetbalspel. Dat daarbij individuele kwaliteiten nodig zijn bepaalt mede het niveau van het samenspel. Veel oefenvormen met de bal blijven ook bij deze groep centraal. Daarnaast dient het grootste gedeelte van de training zijn beslag te krijgen in positie- en partijspelen, waarbij aan het samenspel en het creëren van kansen nadrukkelijk gedacht moet worden.
Het af en toe stil leggen van een spelsituatie om te laten zien wat er goed en fout gaat, kan bij deze groep een aanvang nemen. Goed leren samenspelen kan alleen geleerd worden wanneer er weerstanden zijn. Samenspelen zonder tegenstander heeft nauwelijks zin. Het samenspelen in een 11:11 of 7:7 situatie is voor veel spelers te onoverzichtelijk en dus te moeilijk. Daarom moeten we vereenvoudigen tot positiespelen van 3:1, 4:2, 5:2 en partijspelen van hooguit 5:5. Hierbij is het spel overzichtelijk voor de speler en wordt er sneller geleerd. Daarnaast is het hebben van veel wisselende balcontacten voorwaarde voor het voetbal-leerproces. Dit lukt beter in kleinere positie/partijspelen dan in het 11:11 voetbal. De training voor deze groep hoeft ook niet steeds anders te zijn. Herhalen van veel dezelfde vormen is de basis voor beter leren voetballen.

Meisjes–jeugd

Tot 12 jaar is er een parallelle lichamelijke en psychische ontwikkeling van jongens en meisjes. Vanaf 13 jaar komen de meisjes eerder in de puberteit: nonchalante houding als protest tegen de volwassenen, aanvankelijk weinig op willen hebben met de jongens. Vanaf 13 jaar is men erg gericht op elkaar: het samen iets willen bereiken. Ze vinden het nog niet fijn om de beste te zijn. Met elkaar presteren is belangrijker dan de individuele prestatie.
Voor de verdere leeftijd- en trainingskenmerken, technische en tactische vorming en conditietraining verwijzen we naar de betreffende leeftijdscategorie.

C, B, A- junioren

Uitgangspunt voor C, B, A- junioren is vooral de wedstrijd. Datgene wat fout gaat in de wedstrijd vormt de inhoud van de training daarna. Om te zien wat er goed en fout gaat in de wedstrijd, zal de trainer de wedstrijd moeten kunnen lezen. Daarbij moet hij vooral letten op drie belangrijke momenten:
1. BALBEZIT
• Hoe is het vrijlopen bij balbezit?
• Zijn alle individuele acties gerechtvaardigd?
• Hoe is de onderlinge coaching?
• Zijn de passes juist of onvoldoende?

2. BALVERLIES
• Wat doet de speler die het dichtst bij de tegenstander met de bal is?
• Wat doen de andere spelers?
• Reageren alle linies defensief of wordt het veroveren van de bal aan enkelen overgelaten?
• Hoe wordt er verdedigd? (afwachtend of acties)

3.MOMENT VAN BALWISSELING
• Wat is de directe oorzaak van balverlies / balbezit
• Hoe reageren de spelers rondom de bal?
• Hoe is het vrijlopen op het moment van de balverovering en hoe reageert men bij balverlies?
• Hoe verloopt de omschakeling in het algemeen? (actief of niet).
• Hoe reageren spelers bij balverlies?

Om tot een goede voetbaltraining te komen, moet het voetbalprobleem eerst goed worden geformuleerd, (dus: wat mankeert eraan, waar loopt het fout?).
De beschrijving ervan moet heel exact gebeuren.
Belangrijke elementen van de probleembeschrijving zijn:
a. Wat er misgaat in relatie tot de voetbalbedoelingen.
b. Wie er hoofdrolspeler(s) in is (zijn) - welke posities.
c. Op welk moment het zich voordoet.
d. Op welke speelveldgedeelte een en ander plaatsvindt.
e. Specifieke elementen die met de spelers, de wedstrijd en/of de omstandigheden hebben te maken (zoals belang van de wedstrijd,
stand op de ranglijst, weer, veld etc).

De spelers moeten zich in het probleem herkennen. Het geconstateerde probleem moet het probleem van de spelers worden.
Voorbeeld op grond van A - E
ad A: We komen nauwelijks tot scoringskansen.
ad B: De aanvallers krijgen onbespeelbare ballen van de eigen verdedigers.
ad C: De samenwerking tussen “opbouwers” en “aanvallers” is onvoldoende. Ze “verstaan” elkaar niet
ad D: De opbouwende verdedigers zijn in het positiespel niet in staat de bal echt vrij te krijgen voor de dieptepass.
ad E: Bij de sterk storende/jagende spitsen van de tegenpartij wordt dit probleem nog groter

7b Trainingsjaarplan

Meerjarenplanning

Voor een goede onderbouwing van het jeugdplan is het nodig om te werken met een meerjarenplanning. Het doel hiervan is om over een langere periode aan te geven wat de vereniging RKVV Haelen concreet wil op voetbalgebied: bijv. welke trainingsonderdelen worden benadrukt? Concreet is afgesproken om via het “alzijdigheidsprincipe” inhoud te geven aan deze meerjarenplanning.
Per trainingscategorie is er een trainingsjaarplan. Tevens zijn er theoretisch ondersteunde plannen over techniek, tactiek en warming-up.

Jaarplanning

Volgens het alzijdigheids-principe wordt inhoud gegeven aan de jaarplanning. Tweemaal per jaar wordt er een periode van een halfjaar gepland. Hierin komen alle technische en tactische facetten aan bod die verder uitgediept worden in hoofdstuk 10. De jeugdcoördinator en trainingscoördinator zijn hier verantwoordelijk voor. Zij bereiden de planning voor, evalueren en sturen waar nodig bij.
Tevens begeleiden jeugdcoördinator en trainingscoördinator de trainer en indien er problemen zijn, worden zij ingeschakeld om deze mee op te lossen.
Het is dus niet alleen de inhoud van de training, maar ook de kwaliteit en kwantiteit van de trainingen waarvoor de jeugdcoördinator en trainingscoördinator medeverantwoordelijk zijn.
Wat is het alzijdigheidsprincipe?
Alle facetten van het voetbalspel komen systematisch en planmatig aan de orde tijdens een loopbaan van een jeugdspeler(speelster) van aspirant tot senior. Met alle facetten van het jeugdplan wordt rekening gehouden zoals bijv.leeftijdsontwikkelingsfasen, persoonlijke omstandigheden, het niveau van de speler(s)
De jeugdcoördinator en trainingscoördinator houden met bovenstaande gegevens rekening bij de jaarplanning. Zodat de jeugdleiders een optimaal resultaat kunnen behalen tijdens de trainingen.

8.Trainingen

8a Trainingsvoorbereiding
Waar kan bij de voorbereiding van een training aan gedacht worden?
We hebben een onderverdeling gemaakt naar:
1. Enkele algemene punten
2. Richtlijnen die voor en na de training van belang kunnen zijn
3. Richtlijnen die tijdens de training van belang kunnen zijn.
4. Richtlijnen bedoeld als hulpmiddel voor een trainingsnabeschouwing

1. Algemeen
    a. Op tijd aanwezig zijn
    b. Materiaal klaar hebben.
    c. Uiterlijk: goed verzorgd, aangepast tenue, hygiënisch.
    d. Goed voorbereid zijn op de training:

  • veiligheid
  • juiste keuze oefenstof

2. Richtlijnen vóór en na de training
    a. Plaats voor de groep:
       • Voor iedereen zichtbaar en de leider moet iedereen kunnen zien;
       • aandacht verdelen over de gehele groep.
    b. Stemgebruik
       • voor iedereen hoorbaar
       • snelheid van praten; niet te snel
       • met klemtonen, wisselend, niet monotoon
       • goede articulatie
    c. Taalgebruik
       • vlot praten kort en bondig formuleren
       • goede zinsbouw, hele zinnen
       • stopwoordjes vermijden
    d. Houding voor de groep
       • actief
       • overtuigend; ondersteunen van wat je zegt met gebaren (expressief)
       • gemotiveerd, enthousiast
       • vriendelijk
    e. Persoonsgericht
       • iedereen erbij betrekken
       • uitlokken van vragen en reacties van de groep
    f. Organiseren van de groep
       • groep(en) in opstelling zetten
       • delegeren van taken  
    g. Eigen voorbeeld
       • de trainer staat model voor de groep wat betreft eigen vaardigheid en wat betreft sociaal gedrag.
    k. Feedback
       • geeft de trainer informatie terug over de uitvoering van de opdracht?
    i. Flexibel zijn
       • kunnen improviseren, d.w.z inhaken op en aanpassen aan actuele situaties
       • fouten kunnen accepteren (geduld hebben)

3. Richtlijnen tijdens de training
    a. Actieve betrokkenheid
       • kijken naar de uitvoering van de opdracht
       • overzien van de hele groep
       • het geven van correcties en aanwijzingen
       • beweeglijk zijn
       • meeleven met de groep, enthousiasme
       • belonen bij positief gedrag
       • aanmoedigen, stimuleren
       • voorbeeld geven
    b. Invloed trainer
Een vraag naar de invloed van de trainer op de gedragingen van de groep; met andere woorden of de trainer effectief is : Reageert de groep na informatie/instructie van de leider in de gewenste richting?

4. Richtlijnen bedoeld als hulpmiddel voor een trainingsnabeschouwing

  • Is er voldoende arbeid verricht?
  • Hoe was de verhouding arbeid-rust?
  • Wat hebben ze geleerd?
  • Was er een goede sfeer?
  • Was de keuze van de oefenstof aangepast aan de groep?
  • Was de organisatie goed?
  • Heb ik fouten geconstateerd en verbeterd?
  • Welke tekortkomingen waren er en kan/moet ik de volgende training daaraan werken?
  • Is alle materiaal opgeruimd?
  • Was de kleding van de spelers in orde?
  • Hebben de spelers voldoende gelegenheid om vrij te spelen?
  • Is er voldoende aandacht besteed aan zwakkere spelers?
  • Was de trainingsvoorbereiding goed?
  • Was ik op tijd aanwezig?
  • Zijn de spelers eerlijk behandeld?
  • Zijn er blessures voorgekomen en zo ja, wat is de oorzaak?

De opgesomde gegevens zijn leeftijdsgebonden, maar er zijn uiteraard altijd uitzonderingen.

8b Trainingsopbouw

Elke training is te beoordelen aan de hand van de volgende punten:

1. VOETBALECHTE VORMEN
    o doelpunten maken / voorkomen
    o samenwerking
    o doelgerichtheid
    o snelle omschakeling balbezit / balverlies
    o spelen om te winnen
    o elke oefening moet doel hebben

2. VEEL HERHALINGEN
    o veel beurten geven
    o geen lange wachttijden/meerdere groepen maken
    o goede organisatie
    o voldoende materiaal / ballen

3. JUISTE COACHING / BEÏNVLOEDING
    o spelbedoeling duidelijk maken
    o spelers beïnvloeden, laten leren door:

  • vragen stellen
  • oplossingen laten aandragen
  • in te grijpen
  • voorbeeld geven of voordoen
  • het spel stop te zetten

4. REKENING HOUDEN MET DE
    o vaardigheid / niveau
    o beleving, de spelvreugde
    o weersomstandigheden
    o goede arbeid-rust verhouding
    o voldoende variatie
    o leeftijd en specifieke kenmerken

8c Specifieke kenmerken van leeftijdscategorieën

 

LEEFTIJD LICHA/ FYSIEK MOTORSCHE PSYCHISCHE PREST.MOTIVATIE INHOUD EN FACETTEN VAN DE TRAINING

5-8 jaar

MINI

F

-gunstig

-harmonische

indruk

-geen

lichamelijke

verhouding

als

volwassene

-weinig kracht (relatief)

-langzaam

verbetering

coördinatie

(balgevoel nog

zwak ontwlkkeld)

-bewegings

drang

-geen

concentratie

(kort)

-weinig

sociaal

-geen wedijver

-spel als avontuur

-speels/fantasie

-spelen

-positieve spelbenadenng

(aanvallen-

scoren)

-ruime bewegingservaring laten opdoen

-ruimte laten voor eigen ontdekkingen

-fantasie/avontuur verpakking

8-10 jaar

E

-groei naar

verdere

harmonie

-leergevoelig

-meer

coördinatie /

balgevoel

-meer sociaal

-snel afgeleid

-gevoel voor

opdracht

-omgang bal/

tegenstander

-geldingsdrang

wedstrijd en

prestatie zijn

belangrijk

-technische voetbalvaardigheden

-oefenen in wedstrijd

-partij situaties

-veel aan de bal in

groepsgrootte/indeling partijen

-zoveel mogelijk met de bal werken

-ideale leeftijd voor motorisch leren

10-12 jaar

D

-goed

gebouwd

-ideale

verhoudingen

-ideaal

-goede coördinatie

-leert snel

-ideaal

-sociaal besef

-kritiek op eigen prestatie en van

anderen

-prestatievergelijk

-na-apen van

idolen

-technische voetbalvaardigheden;

echter meer vanuit wedstrijdsituatie

(ind.tactiek)

-organisatie binnen een elftal

(algemeen)

-algemeen tactiek balbezit-vrijlopen

balverlies-dekken

12-14 jaar

C

-prépuberteit

-disharmonie

-enorme

lengtegroei

-beperkte

belastbaarh.

-blessure-

gevoelig

-stilstand of

achteruitgang

-stuntelig /

slungelachtig

-zet zich af

tegen gezag

-lokt conflicten uit

-overschat

zichzelf

-met zichzelf

bezig

-idealistisch/eigenwijs

-herwaardering van

voetbal in hun

leven (andere

interesses/hobby’s)

-technisch. voetbalvaardigheden vanuit wedstrijdsituatie (handelingssnelheid

vergroten)

-positie/partijspeIen

-géén krachtraining (lengtegroei)

-oog hebben voor individuele tekortkomingen

/ problemen

-verwachtingen niet te hoog

-resultaten twjjfelachtig

14-16 jaar

B

-begin

harmonisatie

-verhoogde

belastbaarheid

(kracht–

uithoudings

-vermogen)

-techniek trai-

ning werpt

weer resultaat af

-effectiever

-bewegings-verl

-meer

realiteitszin

-minder

emotioneel

-agressie

neemt af

-kritiseren naar

eigen prestatie

-mede-verartwoordelijk

-opoffering voor

het team

-technisch. en tactische vorming vanuit wedstrijdsituatie

-meer beroep mogelijk op

verantwoordelijkheid voor ploegtactiek en taak binnen het team

-speler kan meer verantwoordelijkheid

aan m.b.t.eigen taak leefwijze.

lichamelijke conditie etc.

-leerzame periode

16-18 jaar

A

-optimale

grens bereikt

-systematische

training

(kracht /

Uithoudinqs-vermogen)

-hoogtepunt

in het leren

van motorische

vaardigheden

-stabilisatie.

nog enkele

crisisperioden

met name groep

-individu

-prestatie

objectivering

-geldingsdrang

-technische en tactische training

-conditietraining (zoveel mogelijk met bal)

-wedstrijdtactiek

-theoretische achtergronden

-prestatiecontrole

9. De leeftijdscategorieën

  • specifieke leeftijdskenmerken
  • trainingskenmerken
  • technische vorming
  • technische training
  • tactische vorming
  • tactische training
  • conditie

9a Mini’s en F-Jeugd:

materiaal: bal maat 5 , 300 gram

specifieke leeftijdskenmerken

  • behoefte aan duidelijke leiding
  • concentratievermogen nog niet zo groot
  • bal- en maatgevoel nog slecht ontwikkeld
  • zijn druk, kunnen slecht stilzitten en willen van alles ondernemen
  • vertonen dus grote behoefte aan beweging
  • enthousiast en leergierig
  • nog weinig sociaalvoelend en denken voornamelijk aan zichzelf
  • wil om te winnen nog maar beperkt aanwezig
  • leeft in fantasiewereld en ziet wedstrijd en training als een avontuur
  • drukt zich spontaan en origineel uit
  • vaak grote individuele verschillen met name motorische
  • elk kind reageert heel verschillend op sommige situaties

trainingskenmerken

inhoud eenvoudig

  • wennen aan de bal en spelen ermee staat op de eerste plaats
  • er moet ‘speels’ getraind worden, veel fantasie
  • veel balcontact
  • trainingen spelenderwijs afwerken
  • opdrachten eenvoudig met weinig woorden
  • veel voordoen
  • blijven motiveren
  • spelers zelf zoveel mogelijk in het kader van de training laten ontdekken
  • interesse voor voetbal trachten te wekken, door tegemoet te komen aan

de verwachtingen van het kind

  • ruime bewegingservaring laten opdoen
  • moet de tijd krijgen om zich iets eigen te maken
  • herhaling noodzakelijk
  • verschillende onderdelen niet te lang laten duren
  • individuele aandacht
  • manier van trainen afstemmen op aanleren (spel)regels, leren samenspelen en maken van doelpunten
  • loop- en bewegingstechnieken erg belangrijk
  • doelen niet te klein maken, want scoren betekent vreugde en enthousiasme
  • partijspel is een belangrijk onderdeel
  • veld groot genoeg om ze te laten voetballen, maar ook weer niet te groot i.v.m vermoeidheidsverschijnselen

technische vorming

  • (on)bewust oefenen
  • loop- en bewegingstechniek is erg belangrijk
  • goede bewegingstechniek is de basis van waaruit technische en tactische oefenvormen aanbod kunnen komen bij bewegen
  • hier moet gedacht worden aan lopen, huppen, springen, stoppen, draaien, starten, sprinten e.d. deze oefenvormen dienen zoveel mogelijk in spelletjes ‘verpakt’ te worden

technische training (volgens trainingsjaarplan)

1. Jongleren

  • niet van toepassing

2. Dribbelen en drijven

  • spelers balgevoel bijbrengen d.m.v. zien en luisteren

3. Koppen

  • niet van toepassing

4. Het duel

  • spelers leren de bal bij zich te houden
  • spelers leren de bal af te pakken

5. Passen en trappen

  • het richtingsgevoel van de bal beheersen

6. Aannemen en meenemen van de bal

  • het controleren van de bal

7. Combineren

  • elkaar op de juiste manier in het spel betrekken

8. 1-2 combinatie

  • niet van toepassing

tactische vorming

spelers helpen bij het “ontdekken” van het voetbalspel

tactische training (volgens trainingsjaarplan)

9. Positiespelen

  • niet van toepassing

10. Lijnvoetbal

  • spelers helpen bij het “ontdekken” van het voetbalspel

11. Partijspelen

  • spelers helpen bij het “ontdekken” van het voetbalspel

9b E-Jeugd:

materiaal: bal maat 5 , 300 gram

specifieke leeftijdskenmerken

  • in het algemeen sterk afhankelijk van leeftijd. (verschillen tussen oudste en jongste E-spelers)
  • wil laten zien wat hij kan
  • gevoelig voor complimentjes
  • harmonie en coördinatie van het lichaam wordt steeds beter
  • concentratie nog niet optimaal
  • zijn krachtiger en zelfstandiger
  • zijn leergierig
  • zijn duidelijk aan het groeien
  • hoge bewegingsdrang
  • over het algemeen erg lenig
  • drang naar bewegen is erg groot
  • geldingsdrang groeit
  • de wil om te winnen en te presteren is duidelijk aanwezig
  • worden meer sociaalvoelend en beseffen meer en meer dat voetballen een teamsport is
  • willen graag over een grote technische balvaardigheid beschikken
  • hebben volop de mogelijkheden dat aan te leren
  • inzicht in het belang van een goede techniek groeit
  • meest ideale leeftijd om bepaalde technische vaardigheden bij te brengen

trainingskenmerken

  • baltraining staat voorop (baltechnische training is hoofdgerecht)
  • goede correctie van groot belang (zonodig stille aanwijzingen geven)
  • wedstrijdelement moet naar voren komen
  • doelen niet te klein i.v.m. spelvreugde
  • trainingsschema opbouwen volgens DOV-structuur
  • (DOV = doelpunten maken, opbouwen en verdedigen)
  • technische zaken als schieten, passen, dribbelen moeten doel hebben
  • E- speler moet gevormd worden
  • meer in groepsverband werken
  • niet teveel nieuwe vormen tegelijk aandragen (ivm gebrek aan concentratie)
  • speelse karakter moet training typeren
  • belangrijkste onderdelen van training zijn speelse oefenvormen en partijtjes
  • kleine partijen afwisselen met grote
  • aandacht voor de overgang naar D (groot veld)

technische vorming

  • aandacht besteden aan jongleren, koppen, ingooien. Verdere verfijning van technische aspecten die bij de F-jeugd aan bod zijn gekomen

technische training (volgens trainingsjaarplan)

1. Jongleren

  • naar eigen inzicht

2. Dribbelen en drijven

  • bal vaak aanraken (iedere pas)
  • bal kort aan de voet houden
  • bal niet te hoog
  • bal zowel links/rechts als binnen / buitenvoet
  • minder vaak balcontacten
  • verder met de voet spelen
  • bewegingstempo hoger
  • bewegingsrichting rechtlijnig

Technische uitvoering:

Lichaamshouding:

  • bovenlichaam neigt licht naar voren
  • knieën zijn licht gebogen
  • blik naar voren gericht
  • afschermen van de bal
  • wisselend tempo

Veel gemaakte fouten:

  • ogen te veel gericht op de bal en te weinig om zich heen
  • de bal te ver voor zich uit spelen
  • lichaam niet tussen bal en tegenstander
  • geen tempowisselingen

3. Koppen

Technische uitvoering:

  • hele lichaam gebruiken
  • vanuit de benen beginnen
  • lichaam moet spanboog zijn
  • nekspieren moeten aangespannen zijn (kin slaat neer op de borst)
  • armen en benen zorgen voor balans
  • bal midden op het voorhoofd raken
  • ogen open bij het raken van de bal.

Veel gemaakte fouten:

  • alleen het hoofd wordt gebruikt ipv hele lichaam
  • bal wordt niet midden op het voorhoofd geraakt
  • er wordt geen spanboog gemaakt
  • nek- en halsspieren zijn niet aangespannen
  • ogen zijn gesloten

4. Het duel

  • niet van toepassing

5. Passen en trappen

A. binnenkant van de voet

  • zeer zeker en nauwkeurig
  • geschikt voor snel spel
  • snelheid van spelen

Technische uitvoering

  • bovenlichaam iets voor de bal gebogen
  • armen zorgen voor balans
  • het standbeen met de punt van de voet in de speelrichting gebogen in de heup, knie en enkelgewricht (het been niet te ver naast de bal)
  • het speelbeen wordt in de heup naar buiten gedraaid, knie en enkel zijn gebogen
  • speelvoet staat loodrecht op de speelrichting en parallel aan de grond.
  • raakvlak is de binnenkant van de voet tussen wreef en enkel

Veel gemaakte fouten:

  • Speelbeen wordt te weinig naar buiten gedraaid
  • Gevolg: onnauwkeurigheid en ongewenst effect
  • Standbeen
    • punt van de voet wijst niet in de speelrichting
    • punt van de voet wordt niet aangetrokken
  • gevolg: balsnelheid is niet goed
  • knie en enkel zijn niet aangespannen (te los)
  • plaatsen met een gestrekt been

B. Wreef van de voet:

- hoge balsnelheid
- langere afstand
- schoten op doel

Technische uitvoering:

  • goed kijken naar de bal
  • iets schuine aanloop
  • standbeen niet te ver naast de bal en de puntrichting van de schoen in de speelrichting (gebogen in de knie)
  • speelbeen zwaait rechtlijnig vanuit heup en knie vooruit met de gestrekte voet
  • raakvlak is de wreef (binnen- buitenkant en volle wreef)
  • na het spelen zwaait het speelbeen door in de richting van het doel

Veel gemaakte fouten:

  • schietbeweging is onnauwkeurig
    • verkeerde plaatsing standbeen
    • foutieve aanloop
  • speelbeen
    • slappe enkel
    • geen lichaamsoverdracht naar het speelbeen (geen arminzet)
    • speelbeen zwaait gestrekt door
  • bovenlichaam draait weg en achterover tijdens het schot

6. Aannemen en meenemen van de bal

Veel gemaakte fouten:

  • het lichaamsdeel dat de bal stopt gaat de bal te laat tegemoet. De beweging naar achteren is te laat of te kort om de snelheid uit de bal te halen.
  • inschatten van de balsnelheid.
  • observeren van de bal.
  • de spieren van het lichaamsdeel dat de bal stopt zijn te verkrampt waardoor de bal wegspringt.
  • onvoldoende naar de bal kijken waardoor de balbaan en de balsnelheid verkeerd worden ingeschat.

7. Combineren

  • elkaar op de juiste manier in het spel betrekken

8. 1-2 combinatie

  • spelenderwijs basisprincipes aanleren

tactische vorming

  • spelers niet telkens op dezelfde plaats opstellen (geldt ook voor de doelman)

tactische training (volgens trainingsjaarplan)

9. Positiespelen

  • spelenderwijs basisprincipes aanleren

10. Lijnvoetbal

  • spelers verder ontwikkelen bij het ontdekken van het voetbalspel en het niet te zeer vastzetten op één plaats

11. Partijspelen

  • spelers verder ontwikkelen bij het ontdekken van het voetbalspel en het niet te zeer vastzetten op één plaats

9c D-Jeugd:

materiaal: ballen maat 5 , 370 gram
2 keer trainen per week

specifieke leeftijdskenmerken:

  • aanleg om techniek te leren is groot
  • enthousiasme en goed aanspreekbaar
  • zal goed voorbeeld snel na kunnen doen
  • wil bij de groep horen
  • concentratie “redelijk” goed
  • goede coördinatie
  • meer balgevoel
  • lichaam vaak goed gevormd
  • bewegingen soepel
  • kracht en uithoudingsvermogen veelal aanwezig
  • soms zelfoverschatting (denken: dat kan ik wel)
  • zal steeds meer inzien dat samen met anderen gevoetbald moet worden
  • vaak kritisch op zichzelf, maar ook op anderen
  • “over het algemeen” goed gemotiveerd
  • veel interesse voor spelvormen en wedstrijden
  • kunnen op deze leeftijd grotendeels gevormd worden
  • nemen oefenstof vrij snel op
  • leert snel

trainingskenmerken

  • technische vaardigheden aanleren en laten ruiken aan tactiek
  • schaven aan techniek met een zo afwisselend mogelijk programma
  • streven naar een zo hoog mogelijk niveau, maar vrijheid en eigen creativiteit van de spelers mogen niet in het gedrang komen
  • corrigeren is van groot belang
  • training moet mengelmoes van techniek, tactiek en conditionele onderwerpen zijn
  • vrijlopen en bewegen zijn belangrijk
  • leren eigen maken van technische handelingen
  • basis- en baltechnieken staan voorop, dus zoveel mogelijk met de bal
  • training moet boeiend zijn
  • iedereen zo optimaal mogelijk proberen te laten functioneren
  • leren door spelen
  • prestatiedrang in de gaten houden
  • in principe zoveel mogelijk met de bal
  • accent op samenspel / teamverband
  • belangrijk is positieve waardering

technische vorming

  • aanleren van alle technische handelingen : dribbelen, drijven, aan-, meenemen, passen, stoppen, trappen, combineren, jongleren
  • aanleren duels, variërend: 1:1, 2:1, 2:2

technische training (volgens trainingsjaarplan)

1. Jongleren

  • veelvuldig en veelzijdig
  • individueel / tweetallen wedstrijdvormen
  • met afwerken

2. Dribbelen en drijven

  • veelzijdig met tempowisselingen en richtingsveranderingen
  • afschermen
  • schijnbewegingen

3. Koppen

  • technisch goed koppen vanuit aangooi
  • in spelvorm met doeltjes
  • recht vooruit, niet een kwartdraai

4. Het duel

  • de schijnbeweging
  • partijtjes 1: 1

5. Passen en trappen

  • traptechniek (wreef/buitenkant)
  • vaste/vrije organisatie
  • over de grond / door de lucht
  • in spel- en wedstrijdvormen

6. Aannemen en meenemen van de bal

  • over de grond en door de lucht
  • met alle lichaamsdelen
  • naar alle richtingen
  • vanuit stand en in beweging
  • in combinatie met

7. Combineren

  • met tweetallen met opdrachten

8. 1-2 combinatie

  • vooral goede technische/tactische uitvoering
  • in partij 2:1

tactische vorming

  • aandacht voor posities en taken op die posities
  • algemeen tactische principes (vrijlopen bij balbezit, verdedigen bij balverlies, afschermen, naar de bal toe etc)
  • het duel en zijn tactiek
  • bewust inspelen op spelregels
  • aandacht voor samenwerken / samenspelen

tactische training (volgens trainingsjaarplan)

9. Positiespelen

  • 6:2, 5:2, 5:3 (lummelen)

10. Lijnvoetbal

  • x-x (over lijn dribbelen is een punt)

11. Partijspelen

  • 1:1 tot en met 7:7

conditie

  • Versterking van het spierstelsel d.m.v. stoeioefeningen; daarbij ook

training van algemene vaardigheid

  • Voetbalconditie in partijspelen 1:1, 2:1, 2:2 d.m.v. het intervalprincipe met lange pauzes

9d C-jeugd:

materiaal: ballen maat 5 , 370 gram
2 keer trainen per week

specifieke leeftijdskenmerken

  • overgang kind - volwassene
  • is bezig zichzelf te vormen
  • zet zich af tegen gezag
  • kan conflicten uitlokken
  • voelt zich vaak persoonlijk aangevallen
  • idealistisch / eigenwijs
  • vereist zeer consequente leiding
  • oefenen sociale controle op en buiten het veld uit
  • blijft speels en ontspannen
  • heeft vaak andere interesses
  • kan overstappen naar andere c.q. meerdere hobby’s
  • beperkte belastbaarheid
  • blessuregevoelig
  • overschat zichzelf
  • bereidheid om te leren is niet altijd aanwezig
  • aanleren van technieken die ze nog niet beheersen wordt moeilijker
  • kritischer
  • gezinsomstandigheden kunnen een rol spelen

trainingskenmerken

  • belangstelling voor voetbal trachten te behouden
  • probeer hechte groep te maken / te behouden
  • kliekvorming proberen te voorkomen
  • accent op samen doen en presteren van spelers en leid(st)ers
  • prestatieve kant komt meer en meer om de hoek kijken
  • moeten in feite alle basistechnieken beheersen
  • rekening houden met eventuele stilstand
  • motiveren waarom je iets doet
  • veel speelse vormen
  • technische voetbalvaardigheden vanuit wedstrijdsituatie
  • oog hebben voor individuele tekortkomingen / problemen
  • handelingssnelheid vergroten

technische vorming

  • verfijning van de techniek
  • techniek in beweging
  • techniek in oefen- en spelvormen, wedstrijdvormen inbouwen

technische training (volgens trainingsjaarplan)

1. Jongleren

  • voornamelijk technisch benaderen
  • veelzijdig

2. Dribbelen en drijven

  • van grote naar kleine ruimten
  • met schijnbewegingen

3. Koppen

  • vanuit stand / in beweging
  • vanaf de grond / in de lucht
  • met positie kiezen
  • koppen vanuit aangooi

4. Het duel

  • duel met de bal
  • tegenstander naast je
  • tegenstander voor je
  • schijnbeweging

5. Passen en trappen

  • kleine / grote afstand
  • strakke bal / boogbal
  • indraaiend / wegdraaiend
  • met zwakke been
  • in beweging
  • vaste / vrije organisatie
  • in combinatie met aannemen en meenemen

6. Aannemen en meenemen

  • met alle lichaamsdelen
  • met kwart en halve draai
  • met/zonder schijnbewegingen
  • over de grond
  • door de lucht

7. Combineren

  • met tweetallen
  • met drietallen

8. 1-2 combinaties

  • opbouwen met 2-. 3- en 4-tallen

tactische vorming

  • Individuele tactiek: bal afschermen wanneer dribbelen, drijven etc.
  • Tactiek in de vorm van:
    • aanvallen = aanbieden/vrijlopen
    • verdedigen = dekken, man- en ruimtedekking
    • positiewisselingen
  • Ook aandacht voor spelhervattingen

tactische training (volgens trainingsjaarplan)

9. Positiespelen

  • 5:2, 5:3, 3:1, 4:2

10. Lijn voetbal

  • idem (eventueel met lijnkeepers)

11. Partijspelen

  • idem (uitgaan van bepaalde opstelling)

conditie:

  • algemene looptraining
  • lenigheidoefeningen
  • rustig opbouwende training, onder meer:
    • algeheel uithoudingsvermogen
    • korte duurlopen
    • snelheid, hierbij lange rustpauzes, veel estafette / wedstrijdvorrnen.

9e B-Jeugd:

materiaal: ballen maat 5 , 420 gram
2 keer trainen per week

specifieke leeftijdskenmerken

  • meer realiteitszin
  • minder emotioneel
  • mede verantwoordelijkheid dragend
  • kritischer naar eigen prestatie
  • leerzame periode
  • verhoogde belastbaarheid
  • soms groepsvorming
  • willen doelgerichte training en eigen prestaties verbeteren

trainingskenmerken

  • meer conditioneel
  • waken voor al te hoge eisen
  • appèl op zelfstandigheid, verantwoordelijkheidsgevoel
  • veel wedstrijd- en oefenvormen (onbewuste en bewuste vorming)
  • aandacht aan beweeglijkheid
  • technische en tactische oefeningen in hoger tempo afwerken
  • weerstanden inbouwen in technische oefeningen
  • positiespelen
  • verantwoordelijkheid voor ploegtactiek en taak binnen team
  • speler kan meer verantwoordelijkheid aan
  • voldoende aandacht aan tactiek besteden

technische vorming

  • blijvend accent op techniek (verfijnen)
  • techniek in de beweging en de wedstrijdsituatie
  • handelingssnelheid en weerstand opvoeren tijdens technische oefeningen

technische training (volgens trainingsjaarplan)

1. Jongleren

  • met verplaatsen
  • met accenten en beperkingen
  • met meerdere spelers

2. Dribbelen en drijven

  • kleinere ruimte
  • met tegenspelers

3. Koppen

  • idem
  • met tegenspelers en onder weerstand
  • koppen vanuit pass

4. Het duel

  • passeren / schijnbeweging (aanvallen)
  • tackle blok / sliding

5. Passen en trappen

  • naar vrije organisatie met meerdere spelers
  • in beweging met positiewisselingen
  • in verbinding met aannemen en meenemen tegenstander

6. Aannemen en meenemen van de bal

met meerdere spelers

  • met meerdere ballen
  • met tegenstander

7. Combineren

  • met 2-, 3-, 4-tallen (met plaatswissel)
  • overname / schijnovername met tactische variaties (bijv. extra spits)

8. 1 -2 combinaties

  • met tegenstander
  • onder weerstand

tactische vorming

  • tactiek uitbouwen
  • linietactiek
    • samenwerken
    • switchen
    • overnemen
    • mandekking/rugdekking
  • wedstrijdactie
  • buitenspel / spelhervatting
  • aanval tegen verdediging

tactische training (volgens trainingsjaarplan)

9. Positiespelen

  • idem, maar met
    • meerdere vakken
    • meerdere spelers
  • 6:3, 4:3, 3:2, 2:1

10. Lijnvoetbal

  • idem (eventueel met beperkingen bv. 2x raken e.d.)

11. Partijspelen

  • idem maar
    • met beperkingen
    • aanval / verdediging
    • spelen met numerieke meerder- minderheid

conditie:

  • aandacht voor kracht en uithoudingsvermogen, snelheid, beweeglijkheid (lenigheidoefeningen)
  • intervalarbeid
  • ook conditietraining in de vorm van circuit op basis van techniek,

tactiek (redelijk intensief)

9f A-Jeugd:

materiaal: ballen maat 5 , 420 gram
2 keer trainen per week

Specifieke leeftijdskenmerken

  • tot optimale prestaties in staat

Trainingskenmerken

  • benaderd lichamelijke volwassenheid
  • gedrag vrij stabiel
  • geldingsdrang
  • technische en tactische training in hoger tempo
  • streven naar peil senioren, technisch en conditioneel
  • hoogtepunt in leren van motorische vaardigheden
  • wedstrijdtactief
  • theoretische achtergronden
  • positiespelen uitbouwen
  • conditietraining zoveel mogelijk met bal
  • werken naar eindvormen en volledige weerstand
  • wijzen op zelfstandigheid, verantwoordelijkheid

Technische vorming

  • combineren met conditionele elementen
  • uitvoering op snelheid gericht

Technische training (volgens trainingsjaarplan)

1. Jongleren

  • werken met vaste organisatie met inschakelen van tegenstanders
  • met meerdere spelers

2. Dribbelen en drijven

  • onder weerstand
  • in hoog tempo
  • in combinatie met

3. Koppen

  • wedstrijdvormen in hoog tempo
  • idem onder weerstand
  • in positie- en partijspelen

4. Het duel

  • duel om de bal
  • volle weerstand (wedstrijd-echt)
  • duel in de lucht

5. Passen en trappen

  • het centraal stellen van bepaalde (technische) zaken
  • onder weerstand

6. Aannemen en meenemen van de bal

  • aannemen en meenemen met accenten
  • met tegenstander (weerstand)
  • in combinatie met

7. Combineren

  • met tegenspelers (tegemoet komende spelers)
  • met tegenstanders komen tot aanvalsopbouw

8.1-2 combinatie

  • als aanvalsvorm
  • onder volledige weerstand

Tactische vorming

  • Afstemmen op wedstrijdgebeuren
  • bijzondere, tactische principes
  • buitenspel
  • counteren
  • tempowisselingen

Tactische training (volgens trainingsjaarplan)

 9. Positiespelen

  • de positiespeler in hoog tempo
  • als aanvalsopbouw
  • met afwerken op doel (onder volledige weerstand)

10. Partijspelen

  • partijspelen met accent op coachen
  • aanvallers en verdedigers gelijk aantal
  • aanvallers/verdedigers in minderheid

11. Lijnvoetbal

  • met verhoogde weerstanden werken

Conditie

  • specifieke conditietraining

10. Jeugdkeepers.

ALGEMEEN

Bij de Mini-, F- en E-jeugd verdient het aanbeveling om niet met vaste keepers te werken. zodat ze op meerdere plaatsen in het team ervaring op kunnen doen. Het gevaar bestaat dat iemand die vanaf zijn 6e jaar altijd gekeept heeft en er na enkele jaren genoeg van heeft en wil gaan voetballen een grote achterstand heeft als veldspeler.

Alle jeugdkeepers vanaf 10 jaar

Eenmaal per week speciale keeperstraining volgens Frans Hoek-methode. Daarnaast eenmaal per week groepstraining met het eigen team.
De A-keepers krijgen 2 x per week keeperstraining. Eenmaal met alle keepers en vervolgens voor aanvang of tijdens de training van dat A-team.

Coachen - organiseren en leiding geven

Bij alle keepers moet het een automatisme worden om het elftal of zevental, tijdens de training en wedstrijd te coachen hij/zij is namelijk de persoon die het beste de situatie kan inschatten. Maak goede afspraken, voorafgaande aan een wedstrijd, wie er bij de corners bij de eerste en eventueel bij de 2e paal staan.
Wie staat er bij een indirecte of directe vrije trap tegen, in de muur en wie zet de muur op aanwijzingen van de keeper neer?

Warming-up

Begin

Warming-up zonder bal doet de keeper zelf. Dit is bij iedere jeugdkeeper bekend van de training.Benodigde tijd ca 7 minuten (inclusief stretchoefeningen)

Warming-up met de bal (speler en leider/trainer, liefst iedere keer dezelfde persoon)
1. Leider gooit de bal op verschillende hoogten aan. Tussen enkel- en schouderhoogte. Laat de keeper niet vallen. Benodigde tijd ca 3 minuten.

2. Idem als 1, maar nu links en rechts van de keeper, zodat hij met goed voetenwerk achter de hal kan komen. Laat de keeper niet vallen. Benodigde tijd ca 3 minuten.

Grondoefeningen

3. De leider staat op ca 3 meter van de keeper en gooit ballen links en rechts naast hem, zodat hij de bal door middel van de valtechniek moet verwerken. Bouw dit rustig op. De keeper gaat eerst op de hurken zitten. Daarna staan met gebogen knieën. Hierna staat hij rechtop waarna eerst korte sprongen, die worden uitgebouwd naar wedstrijdniveau.

4. Ballen aanspelen (trappen) vanuit diverse posities: midden voor doel, flankballen, stuitballen. Bij nat weer veel ballen over de grond geven, zodat de keeper kan wennen aan de balsnelheden. Benodigde tijd ca 3 minuten.

5. Spelopbouwoefeningen die de keeper uitvoert: dropkick, volley, trap vanaf de grond, bal laten rollen en slingerworp.
Benodigde tijd ca 3 minuten

Opmerking: Een goede warming-up duurt in totaal minimaal 20 minuten voor de A-, B-, en C-jeugd. Vanaf de D-jeugd ca 15 minuten.

Belangrijk:

1. Zorg voor goede ballen: juiste grootte, druk en gewicht.
2. Zorg ervoor dat alle ballen verwerkbaar zijn. Het gaat om de keeper en niet om de leider die zo nodig zijn schietkunsten wil laten zien. !!!
3. Tussen warming-up en begin van de wedstrijd niet meer dan 10 minuten rust, anders is het effect weg.
4. Indien het gevoel hebt dat je keeper zich niet safe voelt, dan moet je hierop inspelen door hem bv. wat gemakkelijkere ballen te geven en geef eens een complimentje.
De training van de keeper heeft speciale aandacht nodig.

Training keepers
Deze is onder te verdelen in:
- individuele training
- training met de groep

De individuele training geschiedt volgens onderstaand leerplan:

JEUGDKEEPERSTRAINIING
LEEFTIJD TECHNIEK TACTIEK COACHEN, ORGANISEREN EN LEIDING GEVEN  

10-12 jaar  

D

Verdedigend zonder bal

-uitgangshoudingen

verplaatsen in en voor het doel

dmv voetenwerk. het gaat om

starten lopen, sprinten, draaien

en keren in alle richtingen

-verkleinen van het doel en

stilstaan op het moment van

schot en pass

Verdedigend met de bal

-oprapen

-onderhands vangen

-blokkeren met buik/borst

-bovenhands vangen

Dit alles op het lichaam en links

en rechts naast het lichaam

-vallen

-duiken

-duel 1:1

-ballen wegspelen buiten de 16

Opbouwend/aanvallend

-trap uit de handen;

volley

-werpen: rollen,

-slingerworp

-doeltrap

Verdedigend

spelsituaties

-opstellen en

positiespel in het

doel (direct gevaar)

-opstellen en

positiespel voor het

doel(indirect gevaar), vooral met het oog op het onderscheppen

van diepteballen

(binnen en buiten de 16 m)

-duel 1:1

Verdedigend

bij balbezit opsluiten en neerzetten 1:1 in de laatste lijn

Balverlies

samenwerking speler(s)

-doelman.

Termen:

bal bij speler of tussen

speler en keeper in:

los”= bal voor de

keeper

jij” = bal voor de speler

tijd” = speler heeft tijd

weg”=speler moet bal

wegspelen

niet terug”= speler mag

niet te rugspelen

vooruit”= speler moet

de bal naar voren spelen

12-14 jaar

C

verdedigend zonder bal

-verplaatsen in en voor het doel

dmv voetenwerk. het gaat om

starten lopen, sprinten, draaien

en keren in alle richtingen

-schijnbewegingen met het

lichaam

-springen: 1-en 2-benige

afzet, omhoog, voorwaarts.

achterwaarts, links en rechts

zijwaarts, vanuit stand of

aanloop met meer passen

-verkleinen en “stilstaan”

verdedigend met de bal

-oprapen

-onderhands vangen

-blokkeren met buik/borst

-bovenhands vangen

-oprapen, onderhands vangen

en blokkeren met buik/borst met

ontwijken van inkomende

tegenstander

Deze onderdelen uitvoeren

op het lichaam en links en rechts naast.het lichaam.

Bovenhands vangen onder weerstand van tegenstander

(licht duel)

-vallen

-duiken

-zweven

-tippen (naast het doel)

-duel 1 :1

-bulten de zestien meter

wegspelen van de bal.

opbouwend / aanvallend

-trap uit de handen: volley en dropkick

-werpen: rollen, slingeren,

Strakworp

-doeltrap

Verdedigend spelsituaties

-opstellen en positiespel

in het doel

-opstellen en positiespel

voor het doel, diepte-

en flankballen

-duel 1:1

-verdedigend

spelhervatting;

positiespel voor en in

het doel bij

hoekschop, vrije trap

en penalty

verdedigend

a. bij balbezit

idem + situatie op het

middenveld in het hoofd.

bij verlies van de bal

midden in de linie

neerzetten

 

b. scherpzetten daar

waar gevaar

(kan) ontstaa(n)t

c.spelhervattingen

1. duidelijk. afspreken en

erop trainen voor de

wedstrijd.

2. tijdens de wedstrijd

neer en scherp zetten

van de spelers (volgens afspraak)

14-16 jaar

B

verdedigend zonder bal

-verplaatsen in en voor het doel:

starten, sprinten, afremmen,

draaien en keren in alle

richtingen

-schijnbewegingen met het

lichaam

-springen: 1-en 2-benige

afzet, omhoog, voorwaarts.

achterwaarts, links en rechts

zijwaarts, vanuit stand of

aanloop met meer passen

-verkleinen en “stilstaan”

verdedigend met de bal

-oprapen

-onderhands vangen

-blokkeren met buik/borst

-bovenhands vangen

-oprapen, onderhands vangen

-blokkeren met buik/borst met

ontwijken van inkomende

tegenstanderdoor zijwaarts weg

te springen en te zweven

(zijwaarts-en voorwaarts). de

bal bij deze oefeningen op het

lichaam plaatsen en links en

rechts naast het lichaam

-suitballen

bovenhands vangen met

weerstand van meer

tegenstanders en in

samenwerking met medespelers

(luchtduel)

.vallen

.duiken

.zweven

.tippen over en naast het

doel, verlengen en veranderen van de richting van de bal

bij flankballen.

stompen: met twee

vuisten en met 1 vuist tenslotte met weerstand van een of meer

tegenstanders.

duel 1:1

.noodafweer

.bulten de zestien meter

alle noodzakelijke spelers

-vaardigheden als wegtrappen, koppen,

sliding, tackle enz.

opbouwend/aanvallend:

-trap uit de handen: volley

en dropkick werpen: rollen, slingerworp,

inworp (overhead) en duwworp

(vanaf de borst)

-doeltrap

verdedigende

spelsituaties:

-opstellen en positie

in en voor het doel

-duel 1:1

verdedigende

spelhervattingen

.opstellen in

posities en voor het doel

.aftrap

.hoekschop

.vrije trap (direct en

indirect)

-strafschop

.scheidsrechterbal

opbouwend/ aanvallend

-wanneer de bal in het

spel brengen factoren als tijd.voorsprong of

achterstand spelen

dan een rol

-snelheid waarmee

een en ander moet

gebeuren

.keuze werpen of trappen

opbouwend / aanvallend

a. balbezit keeper

1.bal naar medespeler,

eerst deze spelers

aanroepen

2.spelers in de vrije

ruimte sturen

b.balbezit speler

1.spelers rond de

balbezitter vrij laten

lopen

2.spelers aan de bal

aangeven waar de

bal naar toe moet

3.speler die de bal

heeft helpen door

“tijd” “in je rug”

“vooruit”etc te roepen

16-18 jaar

A

alle technische vaardigheden die van 14-16 jaar zijn aangeleerd moeten nu verbeterd, geperfectioneerd en / of onderhouden worden.

trainingen in het hoogste tempo uitvoeren en onder druk van tegenstanders

alle tactische principes van 14

-16 jarigen (spelsituaties, spelhervattingen) verbeteren, perfectioneren en/of onderhouden

 


11.Wedstrijden

De begeleider van een jeugdteam draagt diverse verantwoordelijkheden die er op gericht zijn de jeugdige sporters op de juiste manier te beïnvloeden ten aanzien van voetbalgedrag.

Te denken valt aan:

  • het geven van technische en tactische aanwijzingen voor en tijdens de wedstrijd.
  • stimuleren en ondersteunen
  • nabespreken van de wedstrijd

A: Voor de wedstrijd

1. Jongste jeugd (Mini, F, E)):

  • laten uitrazen
  • met de bal bezig zijn (voorloper op de warming-up)
  • opmerkingen over de wedstrijd in de zin van : ‘probeer de bal zo snel mogelijk af te pakken als de tegenstander de bal heeft'
  • ‘niet allemaal voor/achter blijven hangen’

2. Oudere jeugd (D-A):

  • inhaken op een beeld uit een vorige wedstrijd
  • praat tegen elkaar ten aanzien van de taken die vervuld moeten worden tijdens de wedstrijd
  • controleer de warming-up die geleerd is om zelfstandig te doen.

Gezamenlijke warming-up

In alle teams, de lagere in mindere mate, wordt de zelfdiscipline van een goede warming -up voor de wedstrijd bijgebracht.
Bij de D, C,B en A gebeurt de warming-up volgens vaste richtlijnen:

  • individuele warming-up (warmlopen, rekkingoefeningen, loopvormen, warming-up met de bal)
  • partijvorm: toeleven naar de wedstrijd.
  • gezamenlijke warming-up: loop en sprintvormen over breedte van het veld

De keeper doet samen met de leider of wisselspeler de warming-up (ca 20 min) stretchoefeningen.

  • aangooien ballen recht op de keeper, links en rechts van de keeper (voetenwerk)
  • valtechniek: ballen links en rechts van de keeper
  • ballen op doel: midden voor doel, van de flanken, stuitballen
  • dropkick. volley trap vanaf de grond, rollen, slingerworp

B: Tijdens de wedstrijd

1. Jongste jeugd ( Mini, F, E):

Globale aanwijzingen die een relatie hebben met en herkend worden uit eerdere situaties (trainingen/wedstrijden/besprekingen)b.v. ‘ga naar het doel met de bal’

2. Oudere jeugd ( D-A ):

Opmerkingen in relatie met presteren in de wedstrijd, dus zeer nadrukkelijk hun gedrag zowel individueel als collectief beïnvloeden t.a.v. het nastreven van resultaat b.v. “speel niet constant in een hoog tempo. Hierdoor is zeer veel balverlies ontstaan. Probeer de bal eerst goed in eigen linies vast te houden. Rustiger spelen in de opbouw.”

C: Na de wedstrijd

1. Jongste jeugd (Mini, F, E):

Voornaamste indrukken van de wedstrijd vanuit positieve benadering weergeven.

2. Oudere jeugd ( D-A ):

  • opmerkingen omtrent positieve en negatieve punten.
  • spelers laten praten over eigen functioneren en dat van anderen.
  • relatie leggen naar de dingen, die tijdens training of bespreking zijn gezegd

D: Wissels

Bij de oudere jeugd dient duidelijkheid verschaft te worden over het belang van het wisselen van spelers. Het wisselen van spelers moet altijd een bedoeling hebben.
Bij de overige teams wordt er van uitgegaan dat iedereen ongeveer even vaak reserve staat door hantering van een wisselsysteem
Een en ander moet zeker in relatie staan tot deelname aan de trainingen.

E: Opstelling

Opstelling is een product van nadenken over het zo optimaal mogelijk benutten van de beschikbare kwaliteiten. Er zal steeds gezocht moeten worden om de spelers zodanig neer te zetten dat er steeds voldoende prikkels aanwezig zijn waardoor men optimaal kan presteren.
Aanpassen van de formatie/opstelling aan de tegenstander kan nodig zijn, maar moet zoveel mogelijk gemeden worden. De ‘beste spelers’ dient men daar te laten spelen, waar ze nog beter kunnen worden.
Dus niet bij voorbaat het belang van een of ander jeugdelftal in een bepaalde competitie vooropstellen.

Afdrukken

Delen

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Hoofdsponsor van RKVV Haelen

mentenrecycling logo